10. jun, 2018

(10)

Tijdens mijn boekpresentatie staan er een paar oude vrienden voor de tafel waaraan ik zit te signeren. Ze houden me mijn boek voor en knikken bemoedigend. Ik glimlach en pak mijn pen.

Dan vouwt zich een fatale flard nevel om mijn brein. Verward zet ik mijn bril af en kijk mijn bezoekers aan. ‘Hoe heet je?’ stamel ik. Het volgende ogenblik ben ik zelfs mijn eigen naam vergeten.

Met hulpbehoevende blikken zoek ik mijn vrouw. Ze merkt het niet op, ze schenkt een kop koffie in voor een van de gasten. Mijn uitgever dan maar. Nee, die ook niet, hij staat net een journalist te woord. Midden tussen de genodigden ben ik alleen.

Ik krijg het koud en begin weg te zinken. Ik weet niet of er een kelder is onder de galerie waar de presentatie plaats vindt, maar waar ik terecht kom, is het donker en klam.

Iemand legt een nat doekje over mijn voorhoofd en roept mijn naam. Gelukkig, nu weet ik weer hoe ik heet. De kortsluiting begint te wijken. Vrienden helpen mij voorzichtig overeind. Ik kijk hen aan en durf niet meer naar hun naam te vragen.

Dit is wat ik vannacht droomde. Ik had gedacht dat ik cool zou blijven in de aanloop naar mijn boekpresentatie. Ik kijk eens in de spiegel. Ja, ik zie er kalm uit, maar ik vertrouw mijn zenuwen niet meer.