Klappen en bedenksels

 

Gelukkig is het lang geleden. Mijn zoontje van vier dartelde en stuiterde door de huiskamer. Ik had mijn dag niet; het lawaai en de drukte irriteerden me. Doorgaans was ik een rustige en geduldige vader, maar er waren zo van die dagen…

Zoonlief stuiterde tegen mij aan en mijn hand schoot uit. Voor ik mijzelf tot de orde had kunnen roepen gaf ik mijn lieveling een draai om zijn oren. Er viel een stilte van enkele seconden. Zoon stond me, met kogelronde ogen, verwijtend aan te kijken.

Wat had ik gedaan! Ik had mijn kind een pets gegeven, wat verschrikkelijk! Even wist ik niet waar ik kijken moest; in elk geval niet in de ogen van mijn furieuze vlees en bloed. Maar hij keek nadrukkelijk wel naar mij. Hij plantte zijn voeten stevig op de grond, balde zijn handjes tot vuisten en riep:

‘Wat doe je nou? Nou liggen al mijn bedenksels door elkaar!’

Ik zag zijn geestelijke wanorde letterlijk voor mij en direct schoot mij een mogelijke oplossing voor het conflict te binnen.

‘Sorry, je hebt gelijk. Dat wilde ik niet doen. Maar weet je wat? Jij mag mij nu ook een klap voor mijn kop geven. Dan liggen mijn bedenksels ook door elkaar. Is dat een goed idee?’

Het zag er naar uit dat mijn mannetje het inderdaad een fijn plan vond. Ik boog mij voorover, zodat mijn hoofd voor hem op klaphoogte kwam. Even keek hij me onderzoekend aan. Kennelijk kwam hij tot de conclusie dat ik het meende, want hij ging zonder uitstel tot executie over. De jongeman bracht zijn arm ver naar achteren en haalde uit met de kracht der gerechtigheid.

Pats! Hij was pas vier jaar oud, maar wat kon die jongen slaan, zeg! Ik stond even te duizelen.

‘Tjee, wat een dreun, ik val bijna om.’ zei ik verbaasd.

Recht en eer hadden gezegevierd. Ik zag het in de ogen van mijn spruit. Met een nauwelijks verholen lachje bekeek hij het resultaat van zijn werk. Tevreden draaide hij zich om en beende de kamer uit.

Mag je een kind slaan, ook al gaat het om een enkele tik? Hoe gedraagt een goede vader zich als zijn zoontje toevallig op een open zenuw danst? Er zijn boekenplanken over volgeschreven.

Míj moet je het niet vragen; ik weet niets. Al mijn bedenksels liggen nog door elkaar.

 

 

 

 

  © 2016 Paul Christiaan Smis